Verspaners moeten 3D printen als een kans zien

Verspanende bedrijven moeten 3D metaalprinten niet als een bedreiging zien maar als een kans. Dat was in een notendop de boodschap van Frederik Klöckner in zijn keynote lezing tijdens het open huis bij Chiron. De machinebouwer heeft nog geen 3D metaalprinter in het portfolio, maar wilde het onderwerp wel aan de orde stellen. Want wordt het een bedreiging?

Frederik Klöckner is technologie manager bij KEX, het centrum in Aken dat kennis uitwisseling tussen de onderzoeksinstellingen en de industrie faciliteert. Twee jaar geleden deed KEX onderzoek voor de VDW, waarbij het ging om de vraag hoeveel kan 3D metaalprinten afsnoepen van de verspaning. Dat bleek in 2016 weinig te zijn. Nu, twee jaar later ziet de Akense businessonderzoeker wel dat de AM industrie veranderd is als het om metaalprinten gaat.

In twee jaar tijd aantal processen verdubbeld

“Het aantal processen om metaal te printen is verdubbeld in twee jaar tijd, van 4 tot 6 naar nu meer dan het dubbele.” Klöckner ziet ook de eerste serieproductie op gang komen. De vliegtuig- en medische industrie bieden samen met de machinebouw momenteel het grootste potentieel. Ook de automobielindustrie begint op stoom te komen. Maar, net als twee jaar geleden, blijft nabewerken noodzakelijk.


Daar ziet hij wel een verandering voor de verspaning in: er zal in de toekomst minder voorgefreesd worden en méér finishing worden gedaan. Dat kan op langere termijn consequenties hebben voor de machinebouwers. Eigenlijk blijven de KEX onderzoekers bij hun conclusie dat 3D metaalprinten geen bedreiging is voor de verspanende industrie. “Het is een complementaire technologie. Bedrijven moeten dus meer kijken naar de kansen.”


Links: de 3D printtechnologie van Gefertec. EMAG heeft een belang in deze startup genomen

Onder: 3D geprinte werkstukken afkomstig van de DMG Mori Lasertec SLM 30 machine

Helemaal boven: Okuma demonstreerde in Chicago de hybride machine, laseroplassen en CNC-verspanen.

Kosten 3D metaalprinten dalen

Frederik Klöckner liet bij Chiron een interessante sheet zien, waarop de meerkosten voor 3D metaalprinten ten opzichte van de huidige bewerking worden weergegeven voor een aantal toepassingen. Deze cijfers laten zien dat de meerkosten snel dalen. Voor bepaalde toepassingen is het 3D metaalprinten nu al goedkoper dan de conventionele technieken. Voor andere nadert dat punt komende jaren. “Met name poederprinten gaat goedkoper worden omdat de marges afnemen en er concurrenten komen. Wij verwachten nu dat in 2020 voor een deel van de toepassingen de geprinte werkstukken goedkoper zullen zijn dan de conventioneel vervaardigde.” Voor Klöckner staat dan ook voorop dat bedrijven het beste kunnen proberen onderdeel van de AM procesketen te worden. “Bouw zelf expertise op.”

Denken in toegevoegde waarde


Essentieel voor bedrijven die instappen in AM is dat ze in toegevoegde waarde leren denken. “Deze toegevoegde waarde kan het kostennadeel opheffen.” Helemaal aan de top staat het denken in levenscyclus functies en daar het ontwerp voor AM op afstemmen. Materiaal efficiency, optimaliseren van ketens, personaliseren, functionele integratie maar ook bijvoorbeeld de poreuze structuur van een 3D geprint onderdeel benutten voor smerende eigenschappen in de machinebouw. Dat zijn de kernbegrippen van waaruit je moet leren denken, aldus Klöckner.