Lef of zekerheid; snelheid versus behoedzaamheid

Het instant tijdperk

Door: Franc Coenen | 3 min leestijd

Twee beurzen voor de verspanende industrie; twee keer deels dezelfde exposanten. Maar desondanks twee verschillende werelden. Dat waren de IMTS en de AMB. Wat opviel? Een start-up machinebouwer die begint vanuit Silicon Valley, het hart van de wereldwijde IT-industrie. Dat illustreert in welke richting deze industrie zich beweegt. Amerikanen zijn IT- en internet minded. In combinatie met de grotere risicobereidheid én de aanwezigheid van durfkapitaal, kan ze dat bij de digitalisering van de maakindustrie wel eens in de kaart gaan spelen.


Past de Europese aanpak nog wel langer bij het agile tijdperk?

Nog niet zolang geleden waarschuwde professor Günther Schuh van de RWTH Aachen dat de Duitse ingenieur een bedreiging is voor de concurrentiepositie van de Duitse machine-industrie. De Duitse degelijkheid, waar eigenlijk het businessmodel de afgelopen decennia op gebaseerd was, past steeds minder bij de tijd waarin we nu leven.

Met de klok mee op de IMTS: Where Dreamers and Doers Connect was dit jaar het thema van de beurs. 3D metaalprinten door de start-up Velo3D uit Silicion Valley; HP presenteerde de Metal Jet 3D metaalprinter; DM3D heeft het Direct Energy Deposition proces bij de luchtvaartautoriteiten gecertificeerd voor bepaalde reparatiedoeleinden.


Niet dat er iets mis is met degelijkheid. Maar wel als dat ten koste gaat van snelheid, van wendbaarheid. Innoveren is een continu proces geworden. Breng een innovatie naar de markt en ga het met de feedback van de klanten verbeteren. HP en Desktop Metal doen dit in feite door hun eerste metaalprinters aan een handvol launching customers beschikbaar te stellen en via hen aan een selecte schil bedrijven daarom heen. Lang voordat de machines op de markt komen. Maar wel met de nodige tamtam om aandacht te vragen. In Nederland doet Additive Industries hetzelfde: we hebben veeleisende klanten uitgezocht omdat we daarvan leren, zo zei CEO Daan Kersten het nog bij de opening van de nieuwe fabriek in Eindhoven.


Wie is bereid risico te nemen?

Internet of Things vergroot de mogelijkheden om productverbeteringen door te voeren, zowel in processen als in machines. Straks krijg je via sensoren direct feedback en kun je de resultaten van big data analyse terugvoeren naar je ontwerpsystemen. De Duitse attitude om lang te blijven doorontwikkelen, past niet meer in de huidige tijdgeest. Dit verschil merkte je op de beide beurzen. Ook in de houding van de bezoekers tegenover nieuwe technologie. De gemiddelde Amerikaan is bereid méér risico te nemen. Dat kan daar wellicht ook makkelijker als je de beschikbaarheid van risicodragend kapitaal ziet. Amerikanen hebben lef, stappen sneller in de nieuwe technologie. Zeker als het om internet gerelateerde zaken gaat. Daar zijn ze al veel meer aan gewend dan wij in Europa. Ze hebben bij elke stap maar één focus: de business.


Standaarden ontwikkelen


Is dit verschil tussen de VS en Europa een risico? Ja, want digitalisering zit de Amerikanen in het bloed. In Chicago stond een machinebouwer – Velo 3D – die gestart is in Silicon Valley. Dat zegt genoeg: een machinebouwer die start in het hart van de IT-wereld; op steenworp afstand van de Apple’s en Google’s van deze wereld. De hardware van hun 3D metaalprinter is niet veel anders, de software maakt het verschil. Als in de toekomst ook de gereedschapmachines uit Silicon Valley gaan komen, staan we in Europa 0-1 achter. Op de AMB presenteerden de Duitse machinebouwers hun concept voor een nieuwe, universele interface om data makkelijker uit machines te kunnen lezen, ondanks dat Industrie 4.0 al sinds vele jaren op alle voorpagina’s van de Duitse vakbladen staat. Umati: universal machinetool interface, zo heet de interface. Respect voor het tempo waarin ze de eerste use cases hebben ontwikkeld, in minder dan een jaar tijd. Maar eerlijk is eerlijk: de Amerikaanse tegenhanger AMT heeft al tien jaar geleden, voordat in Duitsland Industrie 4.0 werd bedacht, de eerste aanzet gegeven om MTConnect te ontwikkelen. Waarschijnlijk was MTConnect verder geweest als er een sterke Amerikaanse machineindustrie achter had gestaan. Ondertussen heeft wel de Japanse machinebouw de interface omarmd, alhoewel ze ondertussen ook praten met de Duitsers. Kritiek op MTConnect is vaak dat het geen bidirectionele communicatie toelaat. Daar werkt het MTConnect Institute echter aan. In Chicago liet AMT ook zien waar de toekomst heen gaat: een productiecel waarbinnen machines, robot en CMM via open source software met elkaar communiceren en de software scenario's afwerkt. De communicatie verloopt via MTConnect. Op de IMTS 2020 wil men de software klaar hebben. Open Source, fabrikanten en gebruikers kunnen er dan hun eigen API’s voor ontwikkelen. Een aantal edities van de IMTS terug zag je amper robots. De Amerikanen maken hun achterstand snel goed.


Pakken Amerikaanse spelers de markt voor massa 3D printen


Hetzelfde pragmatisme zie je bij 3D metaalprinten. Prominent aanwezig op de beurs, alhoewel niet elke exposanten op dit vlak een plek had gevonden in het emerging technology center. Met spelers als HP – dat er de Metal Jet 3D metaalprinter introduceerde – en Desktop Metal – dat met software niet alleen 3D printers maar ook CNC-machines verbindt met de cloud – kiezen de Amerikanen ook op dit vlak de pragmatische aanpak. Lang niet alle metalen componenten moet aan de strenge eisen van de luchtvaartindustrie voldoen. Dat hebben de Amerikaanse bedrijven – ook Stratasys – met hun binder jet printtechnologie goed gezien. Hun technologie richt zich op kleinere onderdelen, maar wel in grote aantallen geprint. Drie Amerikaanse bedrijven willen die markt naar zich toetrekken. Omdat ze lef tonen en risico durven nemen. Dat moet toch in Europa aanzetten tot serieus nadenken.

Amerikaanse spelers willen de markt voor grote series 3D metaalprinten naar zich toetrekken

Verdeeldheid breekt Europa op


Nog een gesprek op de IMTS in Chicago. Allting, de digitaliseringsdochter van het Zweedse Sandvik, presenteerde zich voor het eerst, met echt mooie oplossingen voor het papa en mama bedrijf zoals ze zelf zeggen. Gevraagd of ze een week later ook in Stuttgart van de partij zouden zijn, was het antwoord duidelijk: nee. Europa moet nog een jaar wachten. De Amerikaanse markt kunnen we vanuit één salesorganisatie in één taal bewerken, luidde de uitleg. Dan kun je meer tempo maken dan in een Europa met tientallen landen en talen. En de huidige wereld vraagt om snelheid. We leven nu eenmaal in het instant tijdperk.

Coverfoto

Voor DMG Mori zijn digitalisering en additive manufacturing twee grote thema's. Behalve met de hybride machine Lastertec 3D Hybrid is de machinebouwer met de Lasertec 30 SLM ook actief in poederbed 3D metaalprinten. Voor DMG Mori is additive manufacturing onderdeel van de digitale procesketen. De machine wordt geprogrammeerd met CAM-software en via Celos wordt ook het additieve proces bewaakt. Zowel op de IMTS als de AMB sprak topman dr. Mori de verwachting uit dat over enkele jaren een mkb-metaalbedrijf twee 3D metaalprinters heeft op elke tien CNC-machines.



Made-in-Europe digimagazine is een uitgave van Franc Coenen Publiciteit en 54U Media. Redactie Franc Coenen - franc.coenen@made-in-europe.nu - telefoon +31464333123. Advertenties Vincent Span - v.span@54umedia.nl - +31 (0)55 360 62 27 - Harold Draaijer - h.draaijer@54umedia.nl Copyright 54UMedia / FCP Online delen van artikelen toegestaan mits bronvermelding.